Welkom op de
‘website’ van de Koninklijke Balletschool Rose d’Ivry uit Oostende.
Met haar bijna 58
jaar ononderbroken ervaring en haar rijk palmares aan oud-leerlingen die een
carrière hebben weten uit te bouwen in de professionele danswereld,hoeft de school
geen verdere aanbeveling. De beschikking over een eigen up-to-date balletzaal
laat de lesgevers,allen oud-leerlingen met
extra-diploma,toe de lessen ~~ voor ‘amateurs’ zowel als professionals-to-be
~~
in optimale condities
te verzorgen. De centrale ligging en de vlotte bereikbaarheid van de dansstudio
is een bijkomende troef.

(klik voor vergroot plan)
Het bezit van een
zeer uitgebreid kostuum- en accessoires-atelier maakt bovendien de uitvoering
mogelijk van uiterst gevarieerde programma’s van grotere envergure. De
veelzijdige opleiding tot ‘theaterdans’ is dan ook het paradepaardje van
deze school,waarmee sinds geruime tijd ook internationale successen worden
geboekt.
De huidige
directrice-choreografe Carla Rabau,dochter van stichtster en artieste
Rose d’Ivry,is dan ook trots u via de volgende pagina’s kennis te laten maken
met deze meest gereputeerde balletschool van de regio.
(+
2 FOTO’S: - front of the building Nr. 1

(klik voor interieur van de studio)
Eind december 1949
verschijnt het persbericht dat Mej. Rose d’Ivry,eerste ballerina aan de
Koninklijke Opera te Gent,op 2 december 1949 een dansstudio geopend heeft in
Oostende. Minder dan een jaar later verzorgt de ondertussen flink uitgegroeide
school reeds een eerste groot optreden in het Leopoldpark. Dat zal zich
herhalen tot in 1955.
Na enkele
omzwervingen heeft de balletschool ondertussen op 1 februari 1954 haar intrek
genomen in het zopas heropgebouwde Oostendse Casino-Kursaal. Het zal haar vaste
stek blijven tot 1995.
In 1955 wordt Rose
d’Ivry assistente-lesgeefster aan de privé-balletschool van de gezusters
Brabants in Antwerpen. Twee jaar later volgt ze als vastbenoemde ballet-docente
Mevr. Jeanne Brabants,die de leiding op zich neemt van de balletschool van de
Antwerpse Koninklijke Vlaamse Opera (nu het Koninklijk Ballet
Antwerpen). Het zal de ideale opvang worden voor haar eigen leerlingen die een
verdere professionele opleiding nastreven.
Haar eigen Oostendse
balletschool laat ze inderdaad niet los. Integendeel.
Vanaf 1964 tot 1969
worden,verspreid over de provincie West-Vlaanderen,verscheidene onderafdelingen
opgericht: Koksijde-Veurne (1964),Brugge (1967),Nieuwpoort (1968) en Ieper
(1969). De meeste van ze worden ook nu nog geleid door oud-leerlingen van de
moederschool of reeds door hun eigen opgeleiden. Andere ex-leerlingen hebben
later zelf het initiatief genomen om zich met een schare dansfanaten in andere
gemeenten van het land te vestigen.
Gedurende al die
jaren en ook de daaropvolgende rijgen de optredens zich praktisch onafgebroken
aaneen: volwaardige ‘recitals’ in de Oostendse Kursaal,jaarlijks terugkerende
ballet-intermezzi in operettes en revues (in Ieper,Roeselare en
Oostende),TV-optredens voor de toenmalige NIR en deelname aan de ‘Kattenstoet’
(Ieper),’Bloemenstoet’ (Blankenberge),’Vissersstoet’ en
latere ‘Ommegang’ in Oostende. Grootse choreografische projecten zoals ‘Oostende
1900’ (1967),
‘Ensorama’ (1970) of ‘Onterfd Westland wil leven’ (Ieper,1973)
en ‘De ark van Noah’ (Europalia,
1973) vormen toppers.
In 1975 voldoende om een boek te wijden aan « 25 jaar balletschool
Rose d’Ivry ».
(* terug te vinden in de Oostendse stadsbibliotheek)

(klik voor lesgeefster Rose d'Ivry)

(klik voor lesgeefster Carla Rabau)
Afgestudeerd als
officieel gediplomeerde danspedagoge neemt Carla Rabau in 1984 de leiding van
de school van haar moeder over. Van kindsbeen af vergroeid met de organisatie
ervan en begiftigd met een uitgesproken choreografisch talent,besluit ze zich
voortaan alleen nog te wijden aan de verdere uitbouw van de oorspronkelijke
Oostendse vestiging,waarbij ze hoe langer hoe meer focust op ‘theaterdans’.
Kleinere en grotere optredens blijven zich ook nu weer opvolgen,met nieuwe
hoogte-punten zoals haar
uitverkiezing tot assistente-choreografe van regisseur Marc Bogaerts bij de ‘Nationale
Damiaanhulde’,met acteur Karel Deruwe in de hoofdrol (Heizel,1989),haar
optreden met enkele leerlingen en revue-leden naast Michael Jackson (Oostende,1997)
en in 1999 de stadsopdracht om Ensor’s ballet-pantomime ‘La Gamme d’Amour’ te
herchoreograferen naar aanleiding van het Ensor-jaar,samenvallend met
het50-jarig bestaan van de balletschool.
Naast de voortzetting
van haar choreografische inbreng in operettes,revues en Ommegangen,onder de
regie van haar eigenste vader,auteur en regisseur,en de creatie van eigen
recitals,verwezenlijkt ze tijdens die laatste decennia van de twintigste eeuw
ontelbare optredens,vaak in andere steden,op aanvraag van serviceclubs of
sociale instellingen. Gala-avonden van grotere allure,zoals ‘Enfants du
Monde’,’Rodania’ (met Conny Neefs),’de Greet Rouffaer-Stichting’ (met
Jacky Lafon) of ‘Balkan-
aktie der
Gemeenten’,wisselen af met
modeshows en muzikale scène-optredens. Ook verscheidene acteurs en zangers
vragen om assistentie om hun optreden meer kleur en schwung te geven. Die brede
bekendheid in de showbizz-wereld zal zelfs de artiesten van ‘Cirque du
Soleil’ naar de oefenlokalen van de balletschool lokken tijdens hun
verblijf in Oostende.
En reeds dienen zich
nieuwe uitdagingen aan.
Wanneer ere-senator
Didier Ramoudt in 1996 voorstelt om,onder het motto ‘Children for Children’,een
uitwisselingsprogramma op te starten met een begaafde groep jonge dansers uit
Sebastopol (Oekraïne),aarzelt de Oostendse balletschool geen ogenblik. Met een
vijftigtal enthousiaste leerlingen,nieuwsgierige ouders en grootouders wordt in
Frankfurt op het vliegtuig naar Simferopol gestapt,om van daaruit met de bus
naar Sebastopol te reizen. Ondertussen trotseert een camionette volgestouwd met
kostuums en scène-materiaal de ellenlange wachttijden aan de
ex-Oostblokgrenzen. Amper veertien dagen na hun terugkeer is de choreografische
jeugddansgroep ‘Kaleidoscoop’ voor de eerste maal op tegenbezoek in
Oostende. Het wordt het begin van een nog steeds voortdurend
uitwisselingsprogramma met herhaaldelijke gezamenlijke scène-optredens in beide
landen.
Onder de loodzware
hitte aan de Zwarte Zee en de onvoorspelbare zomer-winderigheid aan ons
Noordzeestrand wedijveren beide groepen met elkaar en met andere dansgezelschappen.
In tegenstelling tot vele anderen hoeft de Koninklijke Balletschool Rose d’Ivry
niet eens een aanvraag tot deelname in te dienen;kwaliteit en stijlkeuze
spreken blijkbaar voor zichzelf. Dat werd het duidelijkst toen het ‘Palace of
Childhood and Youth’ uit Sebastopol enkele jaren terug speciaal zijn ‘Golden
Fisch - festival’,met verscheidene groepen uit de omringende landen,naar de
(Belgische) vakantiemaand juli verplaatste om er toch maar onze Oostendse
jongeren te kunnen bij betrekken. In 2001 slaagt Carla Rabau er zelfs in ook
nog de Engelse ‘Elsden Theaterdance-company’ warm te maken voor een
bezoek en tegenbezoek,zodat op de Kursaal-scène drie nationaliteiten een
gezamenlijk programma kunnen brengen. Voor haar is dans inderdaad een internationale
taal geworden.
Van 5 tot en met 13
juli 2007 gingen 21 balletschoolleerlingen,samen met hun directrice en enkele
begeleiders van de vzw ‘Rose d’Ivry Foundation’,met evenveel enthousiasme in op
een eerste uitnodiging vanuit het ‘Cultureel Centrum van Molodechno’,festivalstad
nabij Minsk,hoofdstad van Belarus (Wit-Rusland). Een Wit-Russische
balletleidster-choreografe had op 19 augustus 2006 een optreden bijgewoond van
de balletschool,samen met ‘Kaleidoscoop’ (voor de vierde maal te gast aan onze
kust),in het Cultureel Centrum ‘DeBranding’ in Middelkerke en was zo onder de
indruk dat ze onmiddellijk de cultuurdienst in haar thuisstad Molodechno
aanspoorde om de Oostendse balletschool uit te nodigen. De culturele impact van
deze (reeds 7-de) reis was zo groot dat nu reeds vaststaat dat ook deze nieuwe
relatie in stand moeten worden gehouden.

(klik op de foto van Sebastopol)

(klik op de foto van Horsham Christ's Hospital)

(klik op de foto van Molodechno)
Deze internationale
contacten vormen een ware verrijking. Niet alleen de choreografen leren van
elkaar en verruimen hun repertoire,ook de jongeren zelf houden aan de nu al
meer dan tien jaar lopende uitwisselingen hechte bindingen over: via internet
worden heel wat vriendschappen in stand gehouden. Daarnaast is de toenemende
instroom van leerlingen van Oekraïense en andere Oost-Europese origine aan de
balletschool een niet mis te verstaan teken van geslaagde integratie.
Voor meer details en foto’s: consulteer www.rosedivryfoundation.be